benepenheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin men kleinzielig isJa, Margarita wist het zeker, het was vooral de benepenheid van de diefstallen die haar zo mateloos ergerde.
- iets dat getuigt van kleinzieligheid
Etymologie
*afleiding van benepen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek