engheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het griezelig zijn; de mate van griezelig zijn
    In 1988 dreigde Iran op diverse punten aan het front door te breken en de oorlog te winnen. Een overwinning voor Iran (de mullahs van Khomeiny! op het toppunt van hun engheid!) was onacceptabel voor president Reagan. NRC Carolien Roelants 3 september 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/09/03/toen-gifgas-wel-mocht-1287930-a1360778 Toen gifgas wel mocht]
  2. het niet verder kunnen kijken dan de eigen mening
    De tegenstrijdigheid tussen haar universaliteit en haar blinde familietrots was het eerste wat Canetti zijn moeder, die hij erg bewonderde, heeft verweten. Wie enigszins met het werk van Canetti vertrouwd is, herkent hier de drijfveer van zijn schrijverschap: opstand, vanuit de openheid voor de enorme verscheidenheid van menselijke mogelijkheden, tegen de engheid van het individu dat zijn eigen positie verabsoluteert. wikipedia [https://nl.wikipedia.org/wiki/Elias_Canetti Elias Canetti]

Etymologie

* afleiding van eng

Vertalingen

Engelsnarrow-mindedness