burin

vrouwelijk (de)/byˈrɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) bewoonster van een van de meest nabij gelegen huizen
  2. verouderd (verouderd) vrouwelijk persoon die zich direct naast je bevindt
zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) puntige stalen stift om mee te graveren

Etymologie

*(m): van "burin"