Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
busgeld
onzijdig (het)/'bʏsxɛlt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geld dat men moet betalen als men met de bus wil reizenHaar salaris is 1450 Surinaamse dollar, dat is bijna 90 euro. "Dat is nauwelijks 60 srd per dag. Een pakje kippenbouten kost zo'n 110 srd. De goedkoopste rijst is 42 srd. De huur van mijn huis was al 500 srd en busgeld 30. Ik kom niet uit en moet nu bij familie gaan wonen."
- geld dat de buschauffeur ontvangt van passagiersOp de Middenmolenlaan liep de man naar de buschauffeur en bedreigde hem met een mes. Hij pakte het busgeld en stapte uit de bij een bushalte gestopte bus.
- geld dat men in een bus doet om te sparen voor een begrafenis of om de ziekenfondspremie in te doen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek