woorden
boek
Start
›
B
›
bussen
bussen
/ˈbʏsə(n)/
Betekenis
werkwoord
ov
(ov) in een brievenbus van een postbedrijf doen
inerg
(inerg) reizen met een autobus
Etymologie
*: "bus" met de uitgang -en
Verwante woorden
Buss
Busscher
Busse
bussel
busselde
busselen
bussels
busselt
Busselte
busseltje
busseltjes
Bussemaker
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Bussemaker
bussenbouwer →