busstrook

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bʏstrok/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een weg of gedeelte van een weg waar alleen bussen (en trams) mogen rijden.
    Busstroken en -banen dragen bij aan een betere doorstroming van het busverkeer, waardoor reizigers sneller van A naar B kunnen reizen en het vervoerbedrijf minder bussen en personeel nodig heeft om dezelfde ritfrequentie te kunnen aanbieden.