busstrook
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bʏstrok/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een weg of gedeelte van een weg waar alleen bussen (en trams) mogen rijden.Busstroken en -banen dragen bij aan een betere doorstroming van het busverkeer, waardoor reizigers sneller van A naar B kunnen reizen en het vervoerbedrijf minder bussen en personeel nodig heeft om dezelfde ritfrequentie te kunnen aanbieden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek