bustaxi

mannelijk (de)/'bʏstɑksi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kleine personenbus die op afroep rijdt op trajecten die door te weinig passagiers worden gebruikt om vervoer met een stadsbus te rechtvaardigen
    Het experiment met bustaxi's als aanvulling op het openbaar vervoer in Zeeuws-Vlaanderen is mislukt. NRC 22 januari 1992 [https://www.nrc.nl/nieuws/1992/01/22/experiment-met-zeeuwse-bustaxi-wordt-beeindigd-7130095-a524627 Experiment met Zeeuwse bustaxi wordt beëindigd]
    Het OCMW kocht twee nieuwe busjes aan, zodat de drie dienstencentra nu over een eigen bustaxi beschikken. Daarmee kunnen minder mobiele inwoners opgehaald worden om deel te nemen aan de activiteiten. De twee busjes kostten 105.000 euro. De Standaard 19 MAART 2009 [http://www.standaard.be/cnt/2l27v4e9 Bustaxi]

Vertalingen

Engelsjeepney, Dial-a-bus