butler

mannelijk (de)/ˈbʏtlər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) de leider van de huisbedienden, hoofd van de huishouding, en fungeert als persoonlijke assistent.
    In rijke huishoudens wordt er wel eens een butler in dienst genomen.

Etymologie

* Van het Engelse butler, dat weer afgeleid is van het Oudfranse boteillier (“dienaar verantwoordelijk voor de wijn”)