buur

mannelijk (de)/byr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die in andermans omgeving woont
    Beter een goede buur dan een verre vriend.
    Plotseling lag ik plat op mijn rug doordat mijn buren me met een zwiep van de hooibaal hadden geduwd.

Etymologie

* In de betekenis van ‘die in de omgeving woont’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Uitdrukkingen

  • Beter een goede buur dan een verre vriendje hebt meer aan iemand in de buurt
  • Een goede buur is beter dan een verre vriendeen buurman die je helpt heb je meer aan dan aan iemand die je nooit ziet

Vertalingen

Engelsneighbour
Fransvoisin
DuitsNachbar
Spaansvecino
Portugeesvizinho
Poolssąsiad, sąsiadka