buurpraatje

onzijdig (het)/ˈbyrpracə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gemoedelijk gesprek zoals tussen bewoners van bij elkaar gelegen woningen
    Uit een buurthulpprojekt aldaar kwam naar voren dat deze gezinnen zich isoleren en dat ze hulp, zelfs in de vorm van een buurpraatje, afweren.
    Maar ook de alledaagse plekken van ontmoeting: de drempel van het huis (de ‘buurpraatjes’), de winkel, werkplaats, markt, kerk, pomp of molen, en in Amsterdam natuurlijk de beurs en vooral het centrale stadsplein, de Dam.
  2. geschiedenis (geschiedenis) type pamflet waarin een zogenaamd gesprek tussen buren wordt gebruikt om politieke kritiek te uiten
    In 1651 verschenen twee pamfletten waarin de schandelijke daden van Van Sevenhoven omstandig uit de doeken gedaan worden in de vorm van een buurpraatje (het "Nieukoops buerpraetje") en een kroegpraatje (het "Nieuwkoops kroegh-praetien"), toen populaire presentatievormen voor kritiek op de overheid.