buurtgenoot
mannelijk (de)/ˈbyrtxəˌnot/
Wat is de betekenis van buurtgenoot?
buurtgenoot betekent: iemand die heel dichtbij woont, op loopafstand; vaak met de bijbetekenis dat mensen om die reden een gemeenschap vormen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die heel dichtbij woont, op loopafstand; vaak met de bijbetekenis dat mensen om die reden een gemeenschap vormen
Voorbeelden van "buurtgenoot" in een zin
- Elke zondag gingen ze op een nabijgelegen veldje vliegeren, en langzamerhand kwamen er steeds meer buurtgenoten met een eigen vlieger aanzetten.
- We speelden veel buiten met buurtgenootjes.
- Eerder steunde de wijkraad bijvoorbeeld een initiatief om soep te maken voor buurtbewoners. „Of om benzinekosten te vergoeden als iemand boodschappen doet voor een buurtgenoot.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek