camera
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkaməˌra/
Wat is de betekenis van camera?
camera betekent: (fotografie) een apparaat om beelden mee te registreren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fotografie) een apparaat om beelden mee te registreren
Voorbeelden van "camera" in een zin
- Met deze camera maakt u zowel foto's als videofilms met geluid.
- In zijn hand hield hij een groot palet met klodders verf erop, en hij had zijn lichaam in de richting van de camera gewend.
- De wedstrijd werd over de hele wereld uitgezonden. Overal stonden camera's.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘foto- of filmtoestel’ voor het eerst aangetroffen in 1897
Vertalingen
Engelscamera
Fransappareil-photo, caméra
DuitsFotoapparat, Kamera
Italiaansmacchina fotographica
Portugeescâmera
Russischфотоаппарат
Japansカメラ
Turkskamera
Poolskamera
Zweedskamera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek