Cantharel
mannelijk (de)/ˌkɑntaˈrɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mycologie) (voeding) bepaald soort eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak,Je kunt in dat gerecht ook cantharellen verwerken.
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘dooierzwam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1846
Vertalingen
Engelschanterelle
Franschanterelle
DuitsPfifferling, Eierschwamm
Spaansrebozuelo, anacate, cantarela
Italiaanscanterello
Poolspieprznik
Zweedskantarell
Deensalmindelig kantarel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek