cantor
mannelijk (de)/'kɑntɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) (beroep) voorzanger, leider van de zang in kerkenhet favoriete lied van de cantor bleef toch: "Volare ho ho cantare ho ho hoho"
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse cantare (zingen)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek