cantor

mannelijk (de)/'kɑntɔr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek, beroep (muziek) (beroep) voorzanger, leider van de zang in kerken
    het favoriete lied van de cantor bleef toch: "Volare ho ho cantare ho ho hoho"

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse cantare (zingen)