capituleren
/kɑpity'lerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) het verzet staken, zich overgeven- Na twee atoombommen op Hirosjima en Nagasaki capituleerde het Japanse keizerrijk onvoorwaardelijk.- Net zomin als haar vader weigert te capituleren voor een ongelukje met een elektrische zaag, wil ook Van Rouwendaal geen concessies doen aan haar trainingsarbeid. „Ik kan nog steeds zestien kilometer per dag zwemmen, hoor. Maar ik wilde het niet te veel pushen. Ik dacht: die pijn moet wel weg zijn voor de Spelen, anders wordt het een slecht jaar.”Rob Schoof NRC 20 mei 2016
Etymologie
*afgeleid van het Franse capituler () [https://fr.wiktionary.org/wiki/capituler Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelscapitulate
Franscapituler
Duitskapitulieren
Spaanscapitular
Italiaanscapitolare, arrendersi
Portugeescapitular
Poolskapitulować
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek