zwichten
/xxxx/
Wat is de betekenis van zwichten?
zwichten betekent: (erga) toegeven, wijken; het moeten afleggen
Betekenis
werkwoord
- (erga) toegeven, wijken; het moeten afleggen
- (ov), (molenaarsambacht) het aanpassen van de zeilvoering op de wieken i.v.m. de windsterkte
Voorbeelden van "zwichten" in een zin
- De vijand zwichtte onder de druk van de onverwachte hevige aanval.
- De koning had zijn schoonzus op het hart gedrukt niet te zwichten voor chantage.
- Bij sterkere wind moet je de molen zwichten door zeil te minderen, bij zwakkere wind juist meer zeil spannen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘wijken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Vertalingen
Engelsyield, surrender
Spaansceder, rendirse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek