carillon
/karɪl'jɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) muziekinstrument dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurdDe winkeliersvereniging laat op het plein een nieuw carillon plaatsen.Onder het motto De stem van de stad speelt beiaardier Richard de Waardt (32) elke zaterdagmiddag verzoeknummers op het eeuwenoude carillon van de Laurenskerk. NRC 18 maart 2016
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klokkenspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Vertalingen
Engelscarillon
Franscarillon
DuitsGlockenspiel
Spaanscarillón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek