beiaard

mannelijk (de)/'bɛɪjart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een in kerktoren, of vrijstaande klokkentoren (campanile), opgesteld muziekinstrument, dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurd
    De sfeer van de stad wordt mede bepaald door de klanken van draaiorgel en beiaard.

Etymologie

*afgeleid van bei ??

Vertalingen

Engelscarillon
Franscarillon
DuitsGlockenspiel
Spaanscarillón