carré

/kɑˈre/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) vierkant (ook als opstelling/ slagorde)
  2. wonen (wonen) blok woningen
  3. kaartspel (kaartspel) vier dezelfde kaarten of uitkomsten bij het gooien van de pokerdobbelstenen
    Four Of A Kind of carré.
  4. kaartspel (kaartspel) wedstrijd tussen twee teams van elk twee personen bij bridge [1]
  5. voeding (voeding) vierkant gebakje
  6. voeding (voeding) ribstuk
  7. halflang kapsel dat aan de onderkant recht is afgeknipt
    Haar haar is in een carré geknipt.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vierkant’ voor het eerst aangetroffen in 1773

Vertalingen

Spaanscarré, cuadrado