carter
onzijdig (het)/ˈkɑrtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (motortechniek) bak om het blok van een verbrandingsmotor, als afsluiting en ook vaak als reservoir voor de smeerolie van de motorOnder het carter zit een olieaftappunt.Door een gat in het carter stroomt buitenlucht toe, maar die buitenlucht wordt eerst door de carburateur geleid, een instrument dat de buitenlucht vermengd met een fijne benzinenevel.Tegen het heet, d.w.z. te heet loopen van den motors {{sic!
Etymologie
*(eponiem) dat verwijst naar de Engelse werktuigbouwkundige James Harrison Carter (ca. 1841-1906) die in 1886 een zelfsmerende kettingkast voor fietsen patenteerde die de naam ""Carter" "gear case"" kreeg en onder die naam ook in Nederland werd geïmporteerd; anders dan in het Engels, maar net als in het Frans, is in het Nederlands het eerste deel van deze benaming verzelfstandigd en overgegaan op het zelfsmerende omhulsel van de krukas in een motor, in die betekenis wordt het vanaf 1907 aangetroffen (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Engelssump
Spaanscárter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek