cascara
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɑskara/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort struik of kleine boom die groeit in het westen van Noord-Amerika,
- (medisch) laxeermiddel met een wat bittere smaak, gemaakt uit de schors van
Etymologie
*van "cáscara" "schors, schil"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek