casus

mannelijk (de)/ˈkasʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een naamval
    De Duitse zwakke flexie drukt namelijk nog een casus- en getalsonderscheid uit, al is het aantal distincties dat door de zwakke flexie wordt uitgedrukt aanzienlijk lager dan in de sterke flexie.
  2. wetenschap (wetenschap) een of meer concrete voorbeelden van iets in de praktijk, vooral gebruikt in wetenschappelijke uitleg en cursussen
    Hoewel de casus fictief is, zijn de situaties zo veel mogelijk gebaseerd op de realiteit.

Etymologie

*van Latijn "casus": "gebeurtenis, voorval"; oorspronkelijk voltooid deelwoord van cadere, "vallen".

Vertalingen

Engelscase, case
Franscas, exemple
DuitsFall, Kasus, Vorbild
Spaanscaso, ejemplo
Italiaanscaso, esempio
Portugeescaso, exemplo
Turksismin hali
Poolsprzypadek
Zweedskasus, förebild