casus
mannelijk (de)/ˈkasʏs/
Wat is de betekenis van casus?
casus betekent: (taalkunde) een naamval
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) een naamval
- (wetenschap) een of meer concrete voorbeelden van iets in de praktijk, vooral gebruikt in wetenschappelijke uitleg en cursussen
Voorbeelden van "casus" in een zin
- De Duitse zwakke flexie drukt namelijk nog een casus- en getalsonderscheid uit, al is het aantal distincties dat door de zwakke flexie wordt uitgedrukt aanzienlijk lager dan in de sterke flexie.
- Hoewel de casus fictief is, zijn de situaties zo veel mogelijk gebaseerd op de realiteit.
Etymologie
*van Latijn "casus": "gebeurtenis, voorval"; oorspronkelijk voltooid deelwoord van cadere, "vallen".
Vertalingen
Engelscase, case
Franscas, exemple
DuitsFall, Kasus, Vorbild
Spaanscaso, ejemplo
Italiaanscaso, esempio
Portugeescaso, exemplo
Turksismin hali
Poolsprzypadek
Zweedskasus, förebild
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek