chalcedon

mannelijk (de)/xɑlse'dɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mineraal (mineraal) een halfedelsteen en een variëteit van kwarts met kleur bijna wit tot lichtblauw of duifblauw, vaak met strepen. De steen wordt ook gevonden in de kleuren appelgroen (chrysopraas genoemd), roze, rood (variëteit carneool), bruin (sarder genoemd) en koperkleur

Etymologie

* In de betekenis van ‘melksteen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1782

Vertalingen

Spaanscalcedón