chalet

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toerisme (toerisme) traditionele houten berghut met schuin dak, van oorsprong uit het alpengebied
    De wintersporters waren in hun chalets ingesloten door de hoge sneeuw.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘Zwitsers houten huis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886

Vertalingen

Engelschalet
DuitsChalet
Spaanschalet