charmeur
mannelijk (de)/ʃɑr'mør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die mensen (en dan nog vooral vrouwen) weet te bekorenJames Bond is een echter charmeur.Wij waren een cocktail van uitersten (in willekeurige volgorde): rustig, uitgesproken en luidruchtig. Drugs, alcohol en water. Wild, voorzichtig en nieuwsgierig. Levend in het verleden in het heden en in de toekomst. De entertainer, de charmeur en de verleider. Kinderachtig, zorgzaam en met een luisterend oor.
Etymologie
* van charmeren
Vertalingen
Engelscharmer
Franscharmeur
DuitsCharmeur
Spaansencanto, seductor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek