charter

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (oorkondeleer, diplomatiek) een bezegelde, op perkament geschreven akte
  2. (zelden) handvest, d.w.z. beperkte grondwet, een stuk met afspraken, gedragsregels en richtlijnen
    Het charter van de Verenigde Naties is als het ware de grondwet van de internationale organisatie van de Verenigde Naties
  3. verkorting voor charterpartij, d.i. een scheepsvrachtbrief, (lucht)bevrachtingsovereenkomst
  4. verkorting voor chartervlucht, d.i. een vliegtuig dat speciaal voor deze gelegenheid is gehuurd
    Een charter is meestal veel goedkoper dan een lijnvlucht
    Bovendien zaten de charters naar de nieuwe bestemmingen stampvol.

Etymologie

* [4] Leenwoord uit Engels charter ‘een schip afhuren bij vrachtovereenkomst’.

Vertalingen

Engelscharter, charterparty, charter flight
Franscharte, charte-partie, vol charter
DuitsCharta, Chartervertrag, Befrachtungsvertrag
Spaanscarta, contrato de fletamento, chárter
Italiaansstatuto, contratto di noleggio