oorkonde
vrouwelijk (de)/ˈorkɔndə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (oorkondeleer, diplomatiek) bezegelde en in tegenwoordigheid van meerdere getuigen ondertekende schriftelijke akte die bekendheid gaf van een rechtsfeit of -handeling
- Ceremonieel, gekalligrafeerd document waarin eer wordt betoond en dat wordt overhandigd aan een gewaardeerd persoonRené Eggink (19) en Thomas Olsman (18) redden eind vorig jaar een drenkeling uit het kanaal in Vroomshoop. Een half jaar later krijgt het duo een oorkonde voor die heldendaad. Vinden ze mooi. „Maar het had niet gehoeven. Zoiets doe je gewoon.”
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands o(o)rconde ‘getuigenis, bekendmaking die van een instantie uitgaat; loon voor een getuigenisʼ, afleiding uit erkennen ‘erkennen, leren kennen’. Evenzo afgeleid zijn Nederduits Oorkunn ‘officieel geschrift’ en Duits Urkunde ‘rechtskrachtige akte’.
Vertalingen
Engelscharter
Franscharte
DuitsCharta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek