chauffeur

mannelijk (de)/ˈʃofør/

Wat is de betekenis van chauffeur?

chauffeur betekent: (verkeer) de bestuurder van een motorvoertuig (ook (beroep))

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer, beroep (verkeer) de bestuurder van een motorvoertuig (ook (beroep))

Voorbeelden van "chauffeur" in een zin

  • De chauffeur verloor de macht over het stuur en daarom vloog de auto de berm in.
  • Een vrachtwagenchauffeur heeft zijn dak eraf gereden bij de Stationstunnel in Den Bosch. De wagen was te hoog om door de tunnel te rijden, maar daar kwam de bestuurder te laat achter. Het zou om een jonge chauffeur gaan die pas net zijn vrachtwagenrijbewijs heeft, maar het bedrijf uit Elshout waar de vrachtwagen van is wil niet verder op details ingaan. Omroep Brabant Maaike Cnossen 28-8-2019 [https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3059012/Jonge-chauffeur-bestuurde-vrachtwagen-die-dak-verloor-in-Stationstunnel-in-Den-Bosch-VIDEO Jonge chauffeur bestuurde vrachtwagen die dak verloor in Stationstunnel in Den Bosch]
  • 'Er zou een chauffeur komen om jullie bagage naar Corleone te brengen, maar ik kan hem niet bereiken,' legt hij uit.

Betekenis en uitleg van chauffeur

Een chauffeur is iemand die voertuigen bestuurt, vaak professioneel. Dit kan variëren van het rijden in een taxi tot het besturen van een vrachtwagen of zelfs een bus. Chauffeurs zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van hun passagiers en lading.

Het woord 'chauffeur' wordt vaak gebruikt in contexten waarin iemand betaald wordt voor het rijden, zoals bij taxi's of bezorgdiensten. Vaak wordt het ook gebruikt voor mensen die in de transportsector werken. De nuance kan liggen in de specialisatie; bijvoorbeeld, een vrachtwagenchauffeur heeft vaak meer training nodig dan een taxichauffeur.

Voorbeelden

  • De chauffeur van de schoolbus zorgde ervoor dat alle kinderen veilig op hun bestemming aankwamen.
  • Tijdens mijn vakantie huurde ik een chauffeur om me rond te rijden in de stad.
  • De vrachtwagenchauffeur moest vroeg opstaan om op tijd te zijn voor de levering.

Woordoorsprong

Het woord 'chauffeur' komt van het Franse 'chauffer', wat 'verwarmen' betekent. Oorspronkelijk verwees het naar iemand die een stoommachine of een voertuig aandreef.

Veelgestelde vragen over chauffeur

Wat is de betekenis van chauffeur?

chauffeur betekent: (verkeer) de bestuurder van een motorvoertuig (ook (beroep))

Welk woordgeslacht heeft chauffeur?

chauffeur is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je chauffeur in een zin?

Voorbeeld: “De chauffeur verloor de macht over het stuur en daarom vloog de auto de berm in.

Etymologie

*afgeleid van het Franse 'chauffeur' (stoker) ()

Vertalingen

Engelsdriver, chauffeur
Franschauffeur, conducteur
DuitsFahrer, Chauffeur
Spaanschófer, conductor
Italiaansautista
Russischводитель
Turkssürücü, şoför
Poolskierowca, szofer
Zweedsförare, chaufför