chicane
mannelijk/vrouwelijk (de)/ʃi'kanə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- haarkloverij, vitterige opmerking (vaak berustend op formaliteiten)
- (verkeer) zeer scherpe bocht ter vertraging van het verkeer (autosport)
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘haarkloverij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1698
Vertalingen
Spaanschicane
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek