chino
onzijdig (het)/ˈtʃino/
Wat is de betekenis van chino?
chino betekent: (materiaalkunde) dunne, gekeperde stof van katoen, meestal met een kaki kleur
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) dunne, gekeperde stof van katoen, meestal met een kaki kleur
zelfstandig naamwoord
- (kleding) nauw vallende, eenvoudige broek van dun, gekeperd katoen, oorspronkelijk gebruikt als legerkleding en na de Tweede Wereldoorlog populair geworden als vrijetijdskleding
Voorbeelden van "chino" in een zin
- Dit jasje zonder poespas is gemaakt van lichtgewicht katoenen chino (…).
- Beiden droegen een chino, een zachtblauw jasje en een eigeel overhemd.
- Er is een hele wand vol spijkerbroeken van Lee, Wrangler en KOI, al „verkopen spijkerbroeken voor geen meter, alle mannen dragen nu chino’s”.
Etymologie
*via Amerikaans "chino" van "chino", omdat de betreffende stof uit China afkomstig was
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek