chiropracticus
mannelijk (de)/ˌxiroˈprɑktiˌkʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- beoefenaar van een tak van de zogenoemde 'alternatieve of complementaire geneeskunde' die niet door de overheid gereguleerd of erkend wordt
Etymologie
* afgeleid van practicus
Vertalingen
Engelschiropractor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek