chocola

mannelijk (de)/ˌʃokoˈla/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
    Bij dat kraampje kun je allerlei soorten chocola kopen.
  2. drinken (drinken) drank gemaakt van cacao, suiker en melk

Uitdrukkingen

  • Ergens geen chocola van kunnen maken*Ergens geen wijs uit kunnen worden

Vertalingen

Engelschocolate
Franschocolat
DuitsSchokolade
Spaanschocolate
Italiaanscioccolato
Portugeeschocolate
Turksçikolata
Poolsczekolada
Zweedschoklad
Deenschokolade