chocolade

mannelijk (de)/ˌʃokoˈladə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding, drinken (voeding) (drinken) een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
    De chocolade is alweer op.
    Het jaar begon niet zo goed voor cacao. De prijs ervan zakt naar 2914,5 dollar (2669,69 euro) per ton (op donderdag 14 januari). Dat is zo’n 400 dollar minder dan de gemiddelde prijs in december. Maar betekent dat dan ook dat chocolade goedkoper wordt? En zit er nou wel of niet een chocoladetekort aan te komen? Marieke ten Katen NRC 18 januari 2016
    Iemand kwam hem toen vertellen dat ene Vos en een zekere Bossert ook 'met chocolade waren begonnen'.

Etymologie

*Waarschijnlijk verder te herleiden tot het Nahuatl xocolatl of chocolatl. Dakin en Wichmann (2000) opperen dat het deel chocol- verwijst naar een speciale houten stok die traditioneel gebruikt wordt bij de bereiding en stellen dat dit is afgeleid van het Nahuatl-dialectwoord chicolātl

Uitdrukkingen

  • Ergens geen wijs uit kunnen worden.

Vertalingen

Engelschocolate
Franschocolat
DuitsSchokolade
Spaanschocolate
Italiaanscioccolato
Portugeeschocolate
Turksçikolata
Poolsczekolada
Zweedschoklad
Deenschokolade