christen
mannelijk (de)/ˈkrɪstə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) belijder van de christelijke godsdienstDe naam christen was oorspronkelijk een spotnaam.Paus Franciscus heeft zich in de Amerikaanse verkiezingsstrijd gemengd. De paus suggereerde na een bezoek aan Mexico dat de Republikein Donald Trump geen christen is. “Iemand die alleen aan muren bouwen denkt, waar dan ook, en niet aan het bouwen van bruggen, is geen christen”, zei de paus. Guus Valk NRC 18 februari 2016Volgens de Twentse pastoor onderscheidt de christelijke gemeenschap op Sri Lanka zich door hun sterk verzoenende houding jegens andere religies. „Ze vormen slechts een kleine minderheid, - zo’n zeven procent van de bevolking- maar zijn zeer verdraagzaam. Zo heb ik het meegemaakt dat tijdens een misviering de buren van het boeddhistische gebedshuis opzettelijk lawaai begonnen te maken om het geluid van biddende christenen te overstemmen. Ik heb bewondering voor hun lankmoedigheid.” Tubantia Herman Haverkate 21-04-19 [https://www.tubantia.nl/regio/twentse-pastoor-marc-oortman-leeft-mee-met-zijn-vrienden-op-sri-lanka~a187f4de/ Twentse pastoor Marc Oortman leeft mee met zijn vrienden op Sri Lanka]
Etymologie
*(eponiem), via Middelnederlands "cristen" en Oudnederlands "kristin" van Latijn "christianus", dat verwijst naar Christus, in de betekenis van ‘belijder van de christelijke godsdienst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200
Uitdrukkingen
- Hoe dichter bij de Paus ( of bij Rome), hoe slechter christen — Stoett-1787 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
EngelsChristian
Franschrétien, Chrétien, Chrétienne
DuitsChrist, Christin
Spaanscristiano, cristiana
Italiaanscristiano, cristiana
Portugeescristão, cristã
Russischхристианин, христианка, христиане
Arabischمسيحي, نصراني
TurksHıristiyan
Zweedskristen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek