heiden
mannelijk (de)/ˈhɛidən/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mensen die geen jood of christen zijn
- (verouderd) zigeuner
Etymologie
*van Middelnederlands "heide", in de betekenis van ‘ongelovige’ aangetroffen vanaf 1200
Uitdrukkingen
- Aan de heidenen overgeleverd zijn — Stoett-881 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelsheathen, pagan
DuitsHeide
Spaanspagano
Italiaanspagano
Russischязычник
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek