cijfer

onzijdig (het)/ˈsɛifər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. teken waarmee aantallen en nummers worden weergegeven
  2. wiskunde (wiskunde) een enkelvoudig symbool om een telbaar aantal aan te duiden. Bijvoorbeeld 0 en 7 zijn cijfers, maar 19 niet
    Sudoku is een populair spelletje met cijfers.
    Hij praatte niet veel, hij kon goed uit de voeten met cijfers. Vóór de oorlog was hij kassier in een filiaal van de Banque de l'Union parisienne. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Ze draaide haar hoofd naar rechts en keek naar de rode, digitale cijfers van de wekkerradio die op het nachtkastje stond.
  3. waardering van een prestatie, in een getal uitgedrukt
    Wat is je cijfer voor het proefwerk?

Etymologie

*van صِفْر‏ (sifr) "nul, letterlijk: niets, leeg", cognaat met zowel "chiffre" en "cipher" als met zero "nul" in die talen

Uitdrukkingen

  • in de rode cijfers zittenverlies maken - schulden hebben

Vertalingen

Engelscipher, digit
Franschiffre
DuitsZiffer, Note
Spaanscifra
Italiaanscifra
Japans数字
Poolscyfra