punt

mannelijk (de)/pʏnt/

Wat is de betekenis van punt?

punt betekent: een spits toelopend uiteinde

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een spits toelopend uiteinde
  2. een klein deel van een oppervlak met een afwijkende kleur
  3. taalkunde (taalkunde) een leesteken (in de vorm van een stip) dat een zin afsluit
  4. taalkunde (taalkunde) een diakritisch teken dat doorgaans boven of onder lettertekens van het Latijnse alfabet wordt geplaatst
  5. muziek (muziek) een teken (in de vorm van een stip) achter een muzieknoot dat aangeeft dat deze anderhalf keer zo lang dient te duren
  6. wiskunde, figuurlijk (wiskunde) (figuurlijk) positie in een ruimte; een bepaalde plaats
  7. typografie (typografie) maateenheid voor letters; Didot-punt
zelfstandig naamwoord
  1. een positie in de ruimte
  2. een moment in de tijd
  3. een mening of onderwerp in een discussie of betoog
  4. een symbool om een waardering te noteren
  5. een aanduiding van een waarde of score
  6. wiskunde, natuurkunde (wiskunde), (natuurkunde) een dimensieloos stuk ruimte
  7. natuurkunde, techniek, meteorologie, scheikunde (natuurkunde), (techniek), (meteorologie), (scheikunde) een temperatuur
  8. muziek (muziek) zie contrapunt en orgelpunt

Voorbeelden van "punt" in een zin

  • Er was de keer dat hij te veel 'pannenbier' had gedronken - de drank die we traditioneel aanbieden aan onze medewerkers en opdrachtgevers als we bij de bouw het hoogste punt hebben bereikt - en hij tegenover een groepje al even bezopen collega's met zijn geslachtsdeel begon te zwaaien.
  • Ik had veel enge verhalen gehoord over deze bergpas, die met 4.009 m het hoogste punt van de hele trail is (aangezien Mount Whitney niet officieel bij de trail hoort).
  • Zou hij wel goed hebben gegeten? Of wil hij trainen voor een sixpack, om de mooie jongen uit te hangen in bars waar ik niet welkom ben? 'Dag. Jos.' Ik klink afgemeten. Een punt achter elk woord.
  • Voorbeeld van een punt is de ż.
  • Ik ben op het punt dat ik met hem begin mee te voelen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1284

Uitdrukkingen

  • Een punt (of: een puntje) aan iets kunnen zuigenErgens een voorbeeld aan kunnen nemen
  • Als puntje bij paaltje komtOorspronkelijk gaat het hier om een verbastering van putje. Bedoeld was een put of greppel waarin men een paal stak om een gebied af te bakenen.Als het erop aankomt
  • Er een punt achter zettenEen bepaalde kwestie als afgesloten beschouwen
  • De punten ( of puntjes) op de i ( of i's) zettenIets zodanig afmaken dat het eindresultaat perfect is
  • Op het punt staan [om]Het is vlak voordat er iets gaat gebeuren of gedaan gaat worden
  • Een punt [willen] makenDe eigen mening over iets kracht bijzetten, op een overredende manier brengen
  • op dat puntin deze kwestie

Vertalingen

Engelspoint, dot, period
Franspointe
DuitsPunkt
Spaanspunto, punto
Japans点, 点
Zweedsspets, punkt, poäng