punt
mannelijk (de)/pʏnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een spits toelopend uiteindeEr was de keer dat hij te veel 'pannenbier' had gedronken - de drank die we traditioneel aanbieden aan onze medewerkers en opdrachtgevers als we bij de bouw het hoogste punt hebben bereikt - en hij tegenover een groepje al even bezopen collega's met zijn geslachtsdeel begon te zwaaien.Ik had veel enge verhalen gehoord over deze bergpas, die met 4.009 m het hoogste punt van de hele trail is (aangezien Mount Whitney niet officieel bij de trail hoort).
- een klein deel van een oppervlak met een afwijkende kleur
- (taalkunde) een leesteken (in de vorm van een stip) dat een zin afsluitZou hij wel goed hebben gegeten? Of wil hij trainen voor een sixpack, om de mooie jongen uit te hangen in bars waar ik niet welkom ben? 'Dag. Jos.' Ik klink afgemeten. Een punt achter elk woord.
- (taalkunde) een diakritisch teken dat doorgaans boven of onder lettertekens van het Latijnse alfabet wordt geplaatstVoorbeeld van een punt is de ż.
- (muziek) een teken (in de vorm van een stip) achter een muzieknoot dat aangeeft dat deze anderhalf keer zo lang dient te duren
- (wiskunde) (figuurlijk) positie in een ruimte; een bepaalde plaatsIk ben op het punt dat ik met hem begin mee te voelen.Ze kijkt naar een punt net schuin achter me.
- (typografie) maateenheid voor letters; Didot-punt
zelfstandig naamwoord
- een positie in de ruimteNaar een punt kijken.
- een moment in de tijdWe zijn op een punt aangekomen dat er meer dan 1 miljard websites bestaan.
- een mening of onderwerp in een discussie of betoogJongens, hou je waffel even, Piet heeft nog wat puntjes
- een symbool om een waardering te noteren
- een aanduiding van een waarde of scoreik heb nog wat Douwe-Egbertspunten, misschien kan ik daar nog wat mee doen
- (wiskunde), (natuurkunde) een dimensieloos stuk ruimteEvenwijdige lichtstralen convergeren naar één punt: het brandpunt.[https://slideplayer.nl/slide/2009183/ Lenzen.], slideplayer.net
- (natuurkunde), (techniek), (meteorologie), (scheikunde) een temperatuurdauwpunt, kookpunt, nulpunt, smeltpunt en vlampunt zijn alle zeer specifieke temperaturen waarbij iets bijzonders gebeurt
- (muziek) zie contrapunt en orgelpunt
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘stip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1284
Uitdrukkingen
- Een punt (of: een puntje) aan iets kunnen zuigen — Ergens een voorbeeld aan kunnen nemen
- Als puntje bij paaltje komtOorspronkelijk gaat het hier om een verbastering van putje. Bedoeld was een put of greppel waarin men een paal stak om een gebied af te bakenen. — Als het erop aankomt
- Er een punt achter zetten — Een bepaalde kwestie als afgesloten beschouwen
- De punten ( of puntjes) op de i ( of i's) zetten — Iets zodanig afmaken dat het eindresultaat perfect is
- Op het punt staan [om] — Het is vlak voordat er iets gaat gebeuren of gedaan gaat worden
- Een punt [willen] maken — De eigen mening over iets kracht bijzetten, op een overredende manier brengen
- op dat punt — in deze kwestie
Vertalingen
Engelspoint, dot, period
Franspointe
DuitsPunkt
Spaanspunto, punto
Japans点, 点
Zweedsspets, punkt, poäng
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek