plek

mannelijk/vrouwelijk (de)/plɛk/

Wat is de betekenis van plek?

plek betekent: plaats, positie

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats, positie
  2. ruimte die door iets ingenomen wordt of ingenomen kan worden

Voorbeelden van "plek" in een zin

  • De plek van het festival was een maand vooraf al omheind met hekken.
  • "Dat heb ik ook steeds", roept een meisje spontaan vanaf haar plek in de kerkzaal. En als de dominee vraagt of dat bij andere kinderen thuis ook wel eens voorkomt, steken meerderen de hand op. Tubantia 08-11-07 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/basisscholen-westerhaar-vieren-dankdag~ac2c5c7a/ Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag]
  • Gespannen rende ik naar de enige beschutte plek op de bergtop, een kleine berghut.
  • Is er nog plek voor de auto?
  • Na uren lopen en een hele tijd zoeken vond ik een vlakke plek voor mijn tent en gooide ik eerst een aantal stenen de struiken in om eventuele slangen te verjagen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘plaats, punt’ voor het eerst aangetroffen in 1358

Uitdrukkingen

  • de vinger op de wond of zere plek leggenprecies zeggen waar een gebrek schuilt

Vertalingen

Engelsplace, spot
DuitsOrt, Stelle
Spaansparaje, sitio