citroencake

mannelijk (de)/siˈtruŋkek/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) zacht gebak gemaakt van een beslag van bloem, boter, eieren, suiker en een rijsmiddel met sap en geraspte schil van citroenen
    Het boek bevat zowel aangepaste recepten voor klassiekers als chocoladetulband en citroencake en meer ‘out of the box’-recepten voor bijvoorbeeld chocolademousse van pompoen.

Etymologie

*, in de betekenis gebak aangetroffen vanaf 1893