citrus

mannelijk (de)/'sitrʏs/

Wat is de betekenis van citrus?

citrus betekent: (bloemplanten) een geslacht van planten uit de wijnruitfamilie, dat al meer dan vierduizend jaar in cultuur is, vooral om de citrusvruchten. Als gevolg van eeuwenlange veredeling zijn er vandaag de dag duizenden cultivars. De bomen groeien in een brede gordel rond de evenaar

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een geslacht van planten uit de wijnruitfamilie, dat al meer dan vierduizend jaar in cultuur is, vooral om de citrusvruchten. Als gevolg van eeuwenlange veredeling zijn er vandaag de dag duizenden cultivars. De bomen groeien in een brede gordel rond de evenaar

Etymologie

* Uit het Latijn "citrus" "sandarakboom, ".