woorden
boek
Start
›
C
›
citrusfruit
citrusfruit
onzijdig (het)
/'sitrʏsfrœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
fruit
(fruit) fruit van het plantengeslacht
Onder citrusfruit vallen onder andere citroen, limoen, mandarijn, pompelmoes, grapefruit en sinaasappel.
Verwante woorden
Citrix
citroen
citroenappel
citroenaroma
citroenbatterij
citroenblaadjes
citroenblad
citroenbladeren
citroenbomen
citroenboom
citroenboomgaard
citroenboompjes
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← citruscultuur
citrusgeur →