civetkat
mannelijk/vrouwelijk (de)/si'vɛtkɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) , een geslacht van kleine slank gebouwde roofdieren dat in Afrika en Zuidoost-Azië voorkomt
Etymologie
* In de betekenis van ‘roofdier’ voor het eerst aangetroffen in 1596
Vertalingen
Engelscivet
Franscivette
DuitsSchleichkatze, Zibetkatze
Spaansciveta, gato de algalia, algalia
Portugeesciveta
Deensdesmerdyr
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek