woorden
boek
Start
›
C
›
clubhuis
clubhuis
onzijdig (het)
/'klʏphœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
Een gebouw waar een of meer clubs gevestigd zijn. Bij een sportclub bevat het vaak kleedruimtes en een kantine.
Verwante woorden
club
clubachtig
clubachtige
clubactie
clubarchivaris
clubarts
clubartsen
clubavond
clubavonden
clubbelang
clubbelangen
clubbeleid
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← clubhouse
clubhuisje →