coach
mannelijk (de)/koːtʃ/
Wat is de betekenis van coach?
coach betekent: (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
- (transport) touringcar
Voorbeelden van "coach" in een zin
- Met Rinus Michels als coach won Nederland in 1988 het EK voetbal.
- Spottend neemt het gezelschap plenair de gezondheidsgekte van Californië door - altijd weer slaaa!, de voor David te luide kutmuziek die uit de boxen komt, de geldgeilheid in de commerciële kunstwereld, om toch weer euforisch te landen bij de obsessieve aandrang van die westkust-piepeltjes om een coach in te huren om gezond te leven. de Volkskrant John Schoorl25 februari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/81-jarige-kunstenaar-david-hockney-woont-in-los-angeles-met-zijn-entourage-en-komt-de-dag-door-met-heel-veel-sigaretten-maar-zonder-alcohol~b394910a/ 81-jarige kunstenaar David Hockney woont in Los Angeles met zijn entourage en komt de dag door met heel veel sigaretten, maar zonder alcohol]
Etymologie
*Uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek