trainer
Wat is de betekenis van trainer?
trainer betekent: (sport) (onderwijs), (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
Betekenis
- (sport) (onderwijs), (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
- apparaat of systeem waarmee men kan trainen
Voorbeelden van "trainer" in een zin
- Al na tien wedstrijden werd de trainer ontslagen.
Betekenis en uitleg van trainer
Een trainer is iemand die anderen begeleidt en ondersteunt in hun ontwikkeling, vaak op een bepaald gebied zoals sport, persoonlijke groei of professionele vaardigheden. Ze helpen mensen om hun doelen te bereiken door middel van lessen, oefeningen en feedback.
Het woord 'trainer' wordt vaak gebruikt in de context van sport, waar ze atleten helpen hun prestaties te verbeteren. Maar je komt het ook tegen in bedrijfsomgevingen, waar trainers werknemers opleiden in nieuwe vaardigheden of kennis. De rol van een trainer kan variëren van motiverende coach tot strenge instructeur, afhankelijk van de situatie en de behoeften van de trainee.
Voorbeelden
- De trainer gaf ons waardevolle tips om onze techniek te verbeteren tijdens de training.
- Als projectmanager besloot ik een trainer in te schakelen om mijn team beter samen te laten werken.
- Na het volgen van de cursus bij een ervaren trainer voelde ik me veel zelfverzekerder in mijn nieuwe rol.
Woordoorsprong
Het woord 'trainer' is afgeleid van het Engelse 'to train', wat 'opleiden' of 'oefenen' betekent. Het heeft zijn weg gevonden naar het Nederlands en wordt gebruikt in diverse contexten.
Veelgestelde vragen over trainer
Wat is de betekenis van trainer?
trainer betekent: (sport) (onderwijs), (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
Hoeveel betekenissen heeft trainer?
trainer heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft trainer?
trainer is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van trainer?
Synoniemen van trainer zijn: coach, drilmeester.
Hoe gebruik je trainer in een zin?
Voorbeeld: “Al na tien wedstrijden werd de trainer ontslagen.”
Etymologie
* Afgeleid van trainen