trainer

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van trainer?

trainer betekent: (sport) (onderwijs), (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport, onderwijs, beroep (sport) (onderwijs), (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
  2. apparaat of systeem waarmee men kan trainen

Voorbeelden van "trainer" in een zin

  • Al na tien wedstrijden werd de trainer ontslagen.

Etymologie

* Afgeleid van trainen

Vertalingen

Engelstrainer
Fransentraîneur, entraineur
Spaansentrenador
Italiaansallenatore
Turksantrenör