trainer
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van trainer?
trainer betekent: (sport) (onderwijs), (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) (onderwijs), (beroep) iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
- apparaat of systeem waarmee men kan trainen
Voorbeelden van "trainer" in een zin
- Al na tien wedstrijden werd de trainer ontslagen.
Etymologie
* Afgeleid van trainen
Vertalingen
Engelstrainer
Fransentraîneur, entraineur
Spaansentrenador
Italiaansallenatore
Turksantrenör
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek