coachen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (sport) instructies en leiding geven aan een sportteam of sporterDeze finale coacht hij zijn laatste wedstrijd.
- begeleiden, iemand helpen om betere prestaties te leveren (werk, sport etc.)„Maar echt ideaal”, zegt Kuyken, „zou het zijn om een gesubsidieerde structuur op te bouwen waarbij regionale centra in nauwe samenwerking met lokale docenten talenten coachen, om ze daarna naar één landelijk centrum te sturen. Vergelijk het met sportcentrum Papendal.”Floris Don 17 november 2015 NRC
Etymologie
*Afgeleid van het Engelse coach.
Vertalingen
Engelscoach
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek