woorden
boek
Start
›
C
›
codeur
codeur
mannelijk (de)
/ko'dør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
beroep
(beroep) iemand die codeert (gegevens in code overbrengt dan wel software schrijft)
Etymologie
* van coderen
Verwante woorden
code
codebericht
codeberichten
codeboek
codeboeken
codec
codecisie
codecommissie
codeer
codeerde
codeerden
codeerder
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← codetelegrammen
codeurs →