collectief

onzijdig (het)/ˌkɔlɛkˈtif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meerdere groepen die onder één noemer worden aangesproken, groep samenwerkende personen, samenwerkingsverband
    Volgende week start De Coöperatie, een nieuw collectief voor freelancejournalisten. Oprichter Teun Gautier wil met dit platform freelancejournalisten het regelen van praktische zaken uit handen nemen. Bijvoorbeeld het binnenhalen van opdrachten, het onderhandelen met werkgevers en het publiceren via Blendle. NRC 24 maart 2016
    Al veertien jaar voert het collectief met protestacties en kunstperformances strijd tégen het regime van Poetin, en vóór vrijheid van meningsuiting, vrouwenrechten en lhbti-rechten.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/27/mijn-hel-mijn-regels-roept-pussy-riot-de-dag-na-de-navo-top-op-het-podium-in-den-haag-a4898575 www.nrc.nl (27 jun 2025)]
  2. taalkunde (taalkunde) verzamelnaam (collectivum)

Etymologie

*afgeleid van het Franse collectif of daarvoor van het Latijnse 'collēctīvus'

Vertalingen

Engelscollective
Franscollectif, collectif
DuitsKollektiv, kollektiv
Spaanscolectivo, colectivo