algemeen

onzijdig (het)/ˌɑlɣəˈmen/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meestal
    Dat gaat in het algemeen wel goed.
    dat gaat over het algemeen wel goed.
    Over het algemeen was hij iets feller en alerter dan Dennis, die meestal de kat uit de boom keek.

Etymologie

#zeer weinig informatie bevattend

Uitdrukkingen

  • Een ezel stoot zich in het algemeen geen tweemaal aan dezelfde steen.wanneer iemand een fout heeft gemaakt past diegene er meestal voor op diezelfde fout nog eens te maken

Vertalingen

Engelscommon, general, joint
Spaanscomún, general, público
Poolsogólny, powszechny, generalny