algemeenheid

vrouwelijk (de)/ɑlɣə'menhɛɪt/

Wat is de betekenis van algemeenheid?

algemeenheid betekent: de mate waarin iets veel voorkomt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iets veel voorkomt
  2. de meerderheid van de gevallen

Voorbeelden van "algemeenheid" in een zin

  • Het mogen er niet te veel zijn, zoals bij duiven of mussen, waarvan de algemeenheid ze onbelangrijk maakt.
  • nou ja, om in zijn algemeenheid een goed en zinvol bestaan te leiden.

Etymologie

*afgeleid van algemeen