algemeenheid
vrouwelijk (de)/ɑlɣə'menhɛɪt/
Wat is de betekenis van algemeenheid?
algemeenheid betekent: de mate waarin iets veel voorkomt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets veel voorkomt
- de meerderheid van de gevallen
Voorbeelden van "algemeenheid" in een zin
- Het mogen er niet te veel zijn, zoals bij duiven of mussen, waarvan de algemeenheid ze onbelangrijk maakt.
- nou ja, om in zijn algemeenheid een goed en zinvol bestaan te leiden.
Etymologie
*afgeleid van algemeen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek